Peter en Hans: ‘We krijgen alle vrijheid om ons werk voor Pameijer snel en goed te doen’

Een kapot raam repareren. Nieuwe sloten plaatsen. Allemaal klussen die Peter en Hans van De Nieuwe Norm al 26 jaar voor Pameijer verzorgen. De samenwerking en het vertrouwen zijn door de jaren heen zo gegroeid dat iedereen bij Pameijer weet: ‘Als Peter en Hans binnen stappen, dan komt het goed.’

De Nieuwe Norm verzorgt service en onderhoud aan de gebouwen van Pameijer en de woningen van hun cliënten. De samenwerking begon 26 jaar geleden met Hans Gravesteijn en Peter de With. Hans bekijkt en beoordeelt het werk dat moet gebeuren en stemt dit af met Pameijer. ‘Sloten vervangen, kapotte ramen repareren en schilderijtjes ophangen. Soms deden we ook grotere klussen, nieuwe keukenblokken plaatsen bijvoorbeeld. Peter was de timmerman die elke dag op pad ging om het werk uit te voeren.’ Hans praat niet voor niets in verleden tijd over Peter, want sinds deze zomer geniet hij van zijn vroegpensioen.

Wennen

Peter en Hans moesten in het begin echt even wennen aan het werken voor en bij Pameijer. ‘Alles was nieuw voor ons’, zegt Peter. Toen ze de eerste paar keer bij de locaties van Pameijer en bij cliënten thuis over de vloer kwamen, hadden ze geen idee wat ze te wachten stond. ‘Ik werkte 40 uur per week en kwam elke dag bij zo’n 3, 4 en soms wel 5 verschillende locaties. Overal was het weer anders. In korte tijd heb ik veel gezien en geen dag was hetzelfde. Daardoor wende het snel.’ Makkelijk vond Peter het werken voor Pameijer in eerste instantie niet. ‘Ik nam nog wel eens situaties in gedachten mee naar huis. Vooral als ik bij een locatie was geweest waar ik jonge kinderen met een beperking had gezien. Dat maakte veel indruk op me. Gek genoeg wen je daar ook aan. Ik heb wel geleerd om dingen achter me te laten als ik ergens de deur uitloop.’

Vertrouwen

De Nieuwe Norm en Pameijer werken al zolang samen dat de relatie erg hecht is geworden. Hans: ‘De medewerkers van de locaties leerden Peter door de jaren heen goed kennen. Op een gegeven moment gingen belden ze hem direct als er een spoedreparatie nodig was. Mooi natuurlijk, want dan kon hij er snel op af om het probleem op te lossen. De factuur ging uiteindelijk naar het hoofdkantoor. Dan kregen wij nog wel eens vragen waar het precies over ging en wie er opdracht had gegeven. Logisch, ze wisten nergens van. We konden dat altijd netjes uitleggen en het leverde nooit gedoe op. Het onderlinge vertrouwen groeide. Dat vertrouwen werd zo groot dat Pameijer wist: als Peter komt, dan zit het goed. Dat vertrouwen is goud waard.’

‘Het werk is vaak niet te plannen.
Dan is het fijn als je elkaar makkelijk kunt vinden.’

Praatpaal

Ook voor cliënten was Peter na verloop van tijd een bekend gezicht. Regelmatig kon hij rekenen op een warm ontvangst met een kop koffie. Soms lunchte hij zelfs gezellig mee. ‘Op die momenten ben je even een praatpaal en luisterend oor voor cliënten. Ik kreeg daar ook de ruimte voor. Die paar scheve tegels die ik recht kwam hangen, konden best nog een kwartiertje wachten’, zegt Peter. En als hij zijn klus had geklaard, was de dankbaarheid groot. Ook omdat hij altijd alles netjes achterliet. Even de werkplek schoonmaken en stofzuigen als dat nodig is. ‘Dat doet lang niet elke timmerman hoor’, zegt Hans. ‘Peter doet dat gewoon wel. Net als dat kwartiertje aandacht schenken aan cliënten. Dat is belangrijk en hoort gewoon bij het werken voor Pameijer.’

De dynamiek van Pameijer

Het werk dat De Nieuwe Norm voor Pameijer doet, is door de jaren heen nauwelijks veranderd. Net als 26 jaar geleden kan elk moment de telefoon gaan omdat acuut iets moet worden opgelost. ‘Dat is de dynamiek van Pameijer’, zegt Hans. ‘Het werk is vaak niet te plannen. Dan is het fijn als je elkaar makkelijk kunt vinden. Als Pameijer ons belt, krijgen ze altijd direct antwoord. Van Peter, van mij of van onze collega Claudia Brummelkamp die vanaf ons kantoor ook al die tijd voor Pameijer werkt. We krijgen alle vrijheid om ons werk snel en goed te kunnen doen. Het is dankbaar werk, het contact is plezierig en – misschien nog wel het belangrijkste – we doen het samen.’